Dinsdag 31 maart 2026 was de laatste raadsvergadering van de raadsperiode 2022-2026. Na twee termijnen nam fractievoorzitter Michiel van de Kasteelen afscheid.
Bij die gelegenheid zei hij het volgende:
Voorzitter, vanavond heb ik nog één keer de kans in dit gezelschap het woord te voeren. Ik kijk terug op 8 jaar raadslidmaatschap. Twee echt eerlijke opmerkingen vooraf. Ik ervaar opluchting, dat het voorbij is, want het is een rol die maar zeer ten dele bij me past en waarvoor ik toch altijd weer mijn comfortzone moest verlaten. En tegelijkertijd ga ik het missen, ga ik mijn collega’s missen en die hele mooie groep daaromheen: de griffie, de burgemeester, het College, de organisatie, want ik ben jullie allemaal stuk voor stuk gaan waarderen en begrijpen.
Ik heb deze functie vervuld, zo veel als mogelijk vanuit de inhoud. Dat is het deel van het werk, waarin ik me thuis voel. Het politiek-strategische deel heb ik ten dele geleerd, door schade en schande. Maar heel vaak heb ik me afgevraagd, wat er precies om me heen gebeurde, en vooral waarom. En het publicitaire deel heb ik me nooit eigen gemaakt. Ik heb de media, die vaak in iets anders geïnteresseerd leken dan in de inhoud, niet echt begrepen; en zij mij niet, vermoed ik. Die focus op de inhoud is overigens niet per se alleen een positieve eigenschap voor iemand in de politiek. Ik heb mijn partij vier jaar geleden voorgehouden, dat ze in mij maar een halve politicus hadden, maar ja, ze wilden op de een of manier toch dat ik het nog een periode vol zou houden.
Dus dan maar naar de inhoud.
Voor mij is het lokale volledig verbonden met en maakt het deel uit van de grote mondiale vraagstukken. Dat verhaal heeft de raad wel vaker van mij gehoord, voor zover ik het kwijt kon in de steeds afnemende spreektijden. Een van de wapenfeiten was dan ook dat deze gemeente al weer een tijd geleden op ons initiatief een Global Goals gemeente werd. De implementatie daarvan vindt plaats, maar mijn oproep aan de nieuwe raad is om het meer te laten zijn dan een vinkje in een raadsstuk.
Het grootste vraagstuk van alle is het voortbestaan van de wereld, de menselijke beschaving zoals die nu bestaat. De planeet heeft zich wel vaker door gigantische veranderingen heen geslagen. Maar de mensheid in deze vorm is eindig, als we door gaan op de weg van fossiele brandstoffen, CO2 uitstoot, de afbraak van natuur en biodiversiteit, de uitputting van grondstoffen. En kennelijk doen we dat; na een korte periode van toenemend inzicht, lijkt het momentum voor de klimaat- en natuurbeweging voorbij. Deels door de pure slechtheid van de zogenaamde ontkenners, maar meer nog door de ‘het zal toch zo’n vaart niet lopen’ houding van de middenmoot.
In dat verband hebben we een ontoereikend bestemmingsplan buitengebied niet kunnen tegenhouden (daar moest de Raad van State aan te pas komen), maar we hebben wel in die acht jaar het debat over het gebruik van landbouwgif fundamenteel veranderd, en stappen gezet in het afvaldossier. De omslag naar hernieuwbare energie is ingezet, maar te beperkt. Het is aan de nieuwe raad en het nieuwe college om dit alles met nog veel meer kracht vorm te geven. Want “zo’n vaart loopt het wel”.
Een dossier, waarop eveneens goede vooruitgang is geboekt, is dat van de inwonersparticipatie. Ik ben blij dat uiteindelijk toch het burgerberaad als optie in onze participatieverordening is terecht gekomen, en dat we experimenteren (met meer of minder succes) met directere vormen van het verleggen van zeggenschap naar inwoners.
Wat tenslotte voor mij essentieel is geweest in de afgelopen periode, is de rechtsstaat. Ik ben trots op de zichtbaarheid van artikel 1 van de Grondwet in dit gemeentehuis. Ik ben er ook trots op dat in deze gemeente het debat over de opvang van vluchtelingen niet is ontspoord en dat Westerveld zijn deel bijdraagt. Zij het dat ik ook op dit dossier enkele pijnlijke momenten heb ervaren. Ik ben trots op de door ons in gang gezette ontwikkeling van het LHBTIQ+beleid.
Daarbij is het essentieel, dat in een rechtsstaat niet alleen de burgerlijke en politieke rechten worden gekoesterd en gehandhaafd, maar ook de fundamentele sociale, economische en culturele rechten. Want de schrijnende en steeds toenemende ongelijkheid tussen mensen is een bom onder onze gedeelde samenleving.
De basis voor mijn politieke overtuigingen is gelegd in de Gereformeerde Kerk van Lunteren. Daar werd gesproken over de ‘nederigen van hart’, de ‘treurenden’, de ‘zachtmoedigen’, over hen die ‘hongeren en dorsten naar de gerechtigheid’, de ‘barmhartigen’, de ‘vredestichters’ en ‘degenen, die vanwege de gerechtigheid vervolgd worden’.
Ik heb het vaak gehad over pessimisme versus optimisme, over hoop. Is het waar dat de hoop geheel verdwijnt in tijden van crisis? De Spaanse filosofe en schrijfster Zambrano durft dit te betwijfelen. ‘Onze brandende wanhoop wijst eerder op het tegendeel: we zouden kunnen zeggen dat de hoop groeit, of dat een nieuwe, nog half bedekte en verwarde hoop verlegen tot bloei komt.’ Wanhoop is dan ook niet het tegendeel van de hoop. In de wanhoop gloeit de hoop, hoe gering ook, nog na. De ware tegenstrever van de hoop is de pure onversneden angst, die daarom zo’n geliefd middel is in de gereedschapskist van dictatoriale leiders. De geschiedenis van de mens is een eeuwige strijd tussen desillusie en hoop, ‘tussen mogelijke en onmogelijke dromen, tussen maat houden en waanzin’. Maar zo lang we in leven, en dus in de tijd zijn, is de hoop datgene ‘waarvoor ons onvoltooide leven zich wil verwezenlijken’.
Dank u wel, voorzitter.
