Achtergronden bij de val van het College / Column Hans de la Mar

16/10/2019

Het college is gevallen omdat Progressief Westerveld het vertrouwen in de twee andere collegepartijen heeft opgezegd. Dat opzeggen was de afsluiting van een proces waarin we langzaam maar zeker uit de coalitie zijn geduwd. De fractie heeft in grote lijnen de onderstaande conclusies getrokken.

Er bleken twee fundamentele tegenstellingen tussen onze fractie en de twee partners: lelieteelt en de verhouding fractie-college.

 

Wat betreft de lelieteelt kwamen we steeds meer alleen te staan in de coalitie. De steun om nog iets te doen aan spuitvrije zones was vrijwel verdwenen. DSSW en Gemeentebelangen wilden er eigenlijk niet meer van weten. Het voortbestaan van het college heeft hierover een paar maal aan een zijden draadje gehangen. Mede door de immer voortdurende laksheid van het college is het nooit tot een definitief standpunt over de lelieteelt gekomen. In een bespreking tussen de fractievoorzitters duidde Jannie Mones (Gemeentebelangen) de val van het college: “Het komt allemaal door het gedoe over de lelieteelt.” Drie partijen die in de verkiezingscampagne een hoofdpunt maakten van het terugdringen van de lelieteelt, hebben samen een college gevormd. Binnen een jaar na de verkiezingen was dit punt bij twee van de drie als sneeuw voor de zon verdwenen.

 

Ook over de rol van de fractie verschillen we van mening met de coalitiepartners. Progressief Westerveld heeft een actieve fractie. We zoeken dingen uit, gaan de boer op om met ideeën op te doen en meningen te horen en hebben dus ook een actieve inbreng in de raad. Dat werd door onze coalitiegenoten maar matig gewaardeerd. “We lieten het college niet schitteren” verweet Geke Kiers (DSSW) ons. “Het moet geen PW-feestje worden” was het commentaar van wethouder Jelle de Haas (Gemeentebelangen) toen we een amendement bespraken om extra geld voor duurzaamheid beschikbaar te stellen. DSSW en Gemeentebelangen stelden zich volgzaam naar het college op en kwamen vrijwel nooit zelf met voorstellen. Daardoor viel onze rol nog meer op.

 

Daar kwam bij dat het college heel veel moeite had om met voorstellen te komen. Het ambtenarenapparaat en het college waren duidelijk niet op elkaar ingespeeld. Van alle plannen en voorstellen uit het coalitieakkoord was na ruim een jaar nog maar bitter weinig terecht gekomen, als er al naar gekeken was. Onze grootste kritiek op onze wethouder en op het college betrof niet het uitblijven van een standpunt over de lelieteelt, maar over het sowieso uitblijven van besluiten.  Duurzaamheid, energietransitie, armoedebeleid, het betrekken van jongeren bij de politiek, bevorderen van innovaties bij lokale werkgelegenheid, toegankelijkheid van de arbeidsmarkt, instellen van een zorgoverleg, instellen stuurgroep biogas, milieuhandhaving: er gebeurde vrijwel niets.

 

We waren enthousiast toen we aan het college begonnen: nu konden we laten zien dat er ook een ander gemeentebeleid mogelijk was. Daar is niets van terecht gekomen. We hadden gehoopt dat we met een nieuwe wethouder een frisse start konden maken en eindelijk dingen voor elkaar zouden gaan krijgen. Zover is het niet gekomen.

We staan er nu weer naast, we zijn weer in de oppositierol beland.

We hadden onze mond kunnen houden. We hadden minder actief kunnen zijn. We hadden verkiezingsbeloften kunnen relativeren. We hadden dan misschien nog in het college gezeten. Maar daarvoor zijn we niet de politiek ingegaan.

 

U zult de komende jaren nog veel van ons horen!

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Eerdere berichten over hetzelfde onderwerp:

Please reload