Lokale uitdagingen van duurzame consumptie en productie / Column Michiel van de Kasteelen voor One World

De Nederlandse Vereniging voor de Verenigde Naties bevordert de doelstellingen van de VN, waaronder ook de SDGs. Elke maand licht een bestuurslid een van de doelen uit. Deze maand: een blog van Michiel van de Kasteelen over duurzame consumptie- en productiepatronen (SDG 12) en hoe die zich uiten in ‘zijn’ gemeente Westerveld.

 

Column One World / SDG Charter

 

 

Westerveld, Drenthe,….

 

In Zuidwest-Drenthe ligt Westerveld: met rond de 19.000 inwoners, een oppervlak van 283 km2, grote en belangrijke natuurgebieden, een economie afhankelijk van toerisme en landbouw en een wat oudere bevolking in zo’n twintig kernen van verschillende omvang. De sociale cohesie is groot. Maar er zijn een aantal vraagstukken die de cohesie testen en uitdagen, zoals het gifgebruik in de landbouw, de afvalscheiding en de toegankelijkheid van natuurgebieden. De gemeenteraad van zeventien leden probeert – met de samenleving – die uitdaging aan te gaan.

 

Daarmee geven we een Westerveldse invulling aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (ofwel Sustainable Development Goals, de SDGs), die door de Verenigde Naties zijn vastgesteld. In dit geval hebben we het over SDG 12: Duurzame consumptie- en productiepatronen.

 

… en de rest van de wereld

 

Op de Wereldtop voor Duurzame Ontwikkeling in Rio de Janeiro van 2012 (de Earth Summit) was er van alles aan de hand. Het was de derde Conferentie in een reeks, in 1992 begonnen, ook in Rio, gevolgd in 2002 door een top in Johannesburg. Bij de top van 2012 ontbraken een aantal staatshoofden en regeringsleiders. Vanwege de diepe economische crisis van dat moment, zo werd gezegd. Maar critici zeiden dat “staatshoofden en regeringsleiders gewoonweg geen prioriteit gaven aan duurzaamheid”.

 

Ondanks (of dankzij) die magere opkomst werd een document aanvaard onder de titel: ‘The future we want’. Daarin wordt de basis gelegd voor de Duurzame Ontwikkelingsdoelen, die drie jaar later zouden worden aanvaard. Maar ook werd een ‘10 Year Framework of Programmes on Sustainable Consumption and Prodcution’ (10YFP) opgesteld, dat de kern zou vormen van SDG 12: Duurzame consumptie- en productiepatronen.

 

Van ‘marktwerking’….

 

SDG12 is de heiligverklaarde marktwerking van het neoliberale tijdperk in zijn pure vorm voorbij. Want in dat wereldbeeld zijn productie en consumptie juist zaken waar je je niet mee moet bemoeien, zeker niet als overheid. Overheidsbedrijven moesten worden geprivatiseerd, en ‘de markt’ zou zijn eigen problemen wel oplossen via zelfregulering en consumentengedrag.

 

Zo niet in SDG 12, want daarin spreken ‘wij’ af dat dat 10YFP gewoon gaat worden uitgevoerd. Dat we natuurlijke hulpbronnen duurzaam gaan beheren en efficiënt gaan gebruiken; dat we verspilling van voedsel gaan halveren; dat we chemicaliën milieuvriendelijk gaan beheren en hun impact op lucht, water en bodem gaan beperken; dat we de afvalproductie aanzienlijk gaan inperken door preventie, recyclage en hergebruik; dat bedrijven duurzaamheid centraal moeten stellen en daarover rapporteren, en dat overheden bij aanbestedingen duurzame praktijken gaan bevorderen.

 

…. naar wisselwerking

 

Wie zijn ‘wij’? Dat zijn ‘We, the peoples..’ uit het VN Handvest: de volkeren, de mensen die gezamenlijk deze planeet bewonen. Dat omvat ook het ‘wij producerende bedrijfsleven’ (dat via zelfregulering wel degelijk stappen kan zetten), en eveneens ‘wij de consumenten’ (met veranderingen in ons consumentengedrag).

 

Maar het omvat vooral ‘wij, de samenlevingen’ en onze overheden in onderlinge wisselwerking. Op wereldniveau worden in VN-kader doelen gesteld als SDG 12, waarmee we erkennen dat dit soort vraagstukken alleen zijn op te lossen als we daarin mondiaal samenwerken. Op nationaal en Europees niveau worden de relevante besluiten genomen in de vorm van een nieuw landbouwbeleid, of een ander afvalstoffenbeleid. En op provinciaal en gemeentelijk niveau gaat het om de detail-invulling door middel van omgevingsvisies, bestemmingsplannen, uitvoering en handhaving.

 

Westerveld revisited

 

Wat betekent dat voor Westerveld? Het betekent dat we erkennen dat de manier waarop wij het merendeel van onze landbouw hebben ingericht, uiteindelijk strijdig is met SDG12. Met een intensief gebruik van ‘gewasbeschermingsmiddelen’ putten we de bodem uit, vervuilen we grond- en oppervlaktewater, en stellen we gezondheid van omwonenden in de waagschaal. Een vaak gehoord argument voor intensieve landbouw is dat ‘we toch de wereldbevolking moeten voeden’. Maar een toenemend arsenaal aan landbouwgrond wordt in Westerveld (en heel Drenthe) nu gebruikt voor het telen van lelies en tulpen, of voedermais (voor een inefficiënte vleesproductie). Het lokale dilemma is dat de Westerveldse economie deels afhankelijk is van die landbouw, niet alleen de agrarische bedrijven zelf, maar ook loonwerkbedrijven en toeleveranciers. Onze uitdaging is om daadwerkelijke stappen te zetten naar natuur-inclusieve landbouw, maar dat te doen samen met de sector.

 

Het betekent dat we onze natuurgebieden (Dwingelderveld of Drents-Friese Woud) zorgvuldig beheren om de rijke biodiversiteit te bewaren. Het lokale dilemma is dat we ook graag willen dat de terreinen toegankelijk blijven voor onze toeristen, lokale bevolking en sportbeoefenaars.

Het betekent dat we inzetten op een veel omvangrijker afvalscheiding, bijvoorbeeld door het ophalen van restafval te beperken of zelfs financieel te belasten. Maar het dilemma is dat we ook zien dat de vergrijzende bevolking daar moeilijk in mee gaat. Het betekent dat we gemeentelijk overgaan naast Fairtrade op Fairdeal, waarbij we inkoop en aanbesteding afhankelijk maken van duurzaamheid; maar ook als dat duurder is?

 

Think globally, act locally. In een notendop.

 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Eerdere berichten over hetzelfde onderwerp:

Please reload