• Michiel van de Kasteelen

Jeugdhulp Drenthe moet leren van andere regio.


De problemen rond jeugdhulp worden groter. Mensen weten niet waar ze recht op hebben: “Waar moet ik zijn? Welke hulp kan ik krijgen? ”Uit de Jaarrapportage 2015 Monitor Transitie Jeugd blijkt dat de wachtlijsten groeien, dat de hulp vaak ver onder de maat is en dat gemeenten onduidelijke informatie geven.

Deze conclusies liegen er niet om. De decentralisatie van de Jeugdhulp was juist bedoeld om alles te verbeteren. Het tegendeel is nu waar. In Drenthe komt daar nog bij dat de Jeugdhulpregio, waarin twaalf gemeenten zitten, het onderling niet eens zijn. Vijf gemeenten gaan apart de inkoop van Jeugdhulp en WMO doen.

De reden is voor mij onduidelijk. De vijf gemeenten vinden dat ze op deze manier beter voorzien in de lokale behoeften. Ook kunnen ze beter samenwerken om de juiste zorg en hulp te geven. Maar… die andere zeven gemeenten willen precies hetzelfde. Kan dat dan echt niet binnen alle Drentse gemeenten? Of is er een andere reden dat de samenwerking stopt?

En gaan we dat dan ooit eens horen? Het is buitengewoon jammer. Het zal me niet verbazen als er in een volgende rapportage komt te staan dat de inkoop helaas toch duurder is. En gek genoeg staat het niet op de agenda van de gemeenteraden. De colleges van burgemeester en wethouders beslissen.

Een gemiste kans voor Drenthe!

Het kan echt anders. In de gemeente Zwolle bijvoorbeeld. Daar bespreekt de gemeenteraad concrete voorstellen om jeugdzorg op maat te bieden. Het colege vraagt daarbij een extra bedrag aan de gemeenteraad. Ook daar werken elf gemeenten samen. Ook daar is meer zorg nodig dan is begroot. Bij Jeugdhulpregio Drenthe houdt men in 2016 nog steeds vast aan cijfers uit 2014. De elf gemeenten in de regio Zwolle kiezen er echter voor om in totaal 2,3 miljoen euro te gebruiken om de tegenvaller op te vangen.

Hopelijk ziet Drenthe in dat de regio Zwolle een betere oplossing heeft gevonden.​